Uitgebreide productkennisScherpe prijzenVoor 15.00 uur besteld? Morgen al in huis

  • Door ons beperkte assortiment hebben wij uitgebreide productkennis!

Winkelmand

Insuline toedienen

Uw arts zal u onderzoeken om te bepalen wat de ideale glucosewaarden voor u zijn en hoe vaak u dit zal moeten testen. Dit zal hij of zij concluderen aan de hand van bloedonderzoek.

Hoe test ik wat mijn glucosewaarden zijn?

Het is heel erg gemakkelijk om te testen wat uw glucosewaarden zijn. Dit kan u thuis eenvoudig uitvoeren met deze test set. Met de lancetten kunt u uzelf een klein prikje geven in uw vingertop. Er zal een heel klein druppeltje bloed ontstaan. Dit drupje bloed zal u op een bijgeleverde teststrip moeten doen, deze doet u vervolgens in de glucose meter. Bij deze test kunt u aangeven of u vóór of na een maaltijd heeft getest. Daardoor is de uitslag volledig betrouwbaar. Vervolgens zal de glucose meter aangeven wat uw waarden zijn.

Tips wanneer u uw glucosewaarden gaat testen

  • Was uw handen goed voor u begint. Het is beter om uw handen met water en zeep te wassen dan met een doekje (hier zit glycerine in en deze stof kan het testresultaat beïnvloeden).
  • Zorg dat uw handen warm zijn. Met koude handen bestaat de kans dat u te weinig bloed krijgt, ook kan het prikken gevoeliger zijn.
  • Prik in de zijkant of het topje van uw vinger en van uw middel- of ringvinger. Ontwijk een plekje bij de nagel, dit is gevoeliger.
  • Prik elke keer in een ander vinger, steeds in dezelfde vinger zal gevoeliger worden
  • Wanneer u te weinig bloed heeft kunt u uw vinger naar de grond houden.

Hoe moet ik insuline toedienen?

Dit is heel erg gemakkelijk en vrijwel pijnloos, ook u kunt dit zelf. Er zijn veel verschillende soorten pennaalden waarmee u insuline kan toedienen. Uw arts zal u adviseren welke het beste voor u zijn. Via https://flynther.nl/category/pennaalden-7/ kan u de juiste pennaald aanschaffen. Wanneer u het pijnlijk of naar vindt om uzelf te prikken raden wij u aan om een Tickleflex aan te schaffen. De Tickleflex is een opzetstuk voor op uw insulinepen die de zelfinjectie veiliger en comfortabeler maakt. Door de ribbels en het systeem zorgt ervoor dat de huid opgetild word, zal de prik minder gevoelig worden .

Waar moet ik mijzelf prikken?

Het is belangrijk om te weten waar u uzelf moet prikken. De beste plaatsen zijn de buik (meer dan 5 cm om de navel), dijen en de billen (mits u daar niet goed bij kunt). De plek waar u prikt is afhankelijk van de mate waarin het lichaam het medicijn op neemt. Wanneer u zich prikt op de buik of de billen zal het medicijn minder snel opgenomen worden dan wanneer u prikt in uw dijen.

Om hetzelfde effect te krijgen zal u uzelf op dezelfde plekken moeten prikken en op hetzelfde moment van de dag. Om blauwe plekken te voorkomen moet u de prikplek wel afwisselen. Dus de ene dag op uw linkerbil en de andere dag de rechterbil.

Hoe moet ik mijzelf prikken?

Het is niet nodig om bang te zijn dat u uzelf niet kan prikken. Wij geven u een aantal tips zodat het heel eenvoudig is om uzelf juist te prikken.

  1. Lees voor het gebruik de gebruiksaanwijzing van de pen
  2. Was uw handen met zeep en water
  3. Haal het beschermkapje van de pen en doe de insuline in de pen
  4. De insuline is glazig en troebel, beweeg de substantie ongeveer 20 keer heen en weer zodat deze egaal wordt (niet schudden).
  5. Doe een nieuwe naald op de pen
  6. Selecteer de juiste eenheden op de pen zodat u de juiste hoeveelheid insuline krijgt.
  7. Spuit twee eenheden weg, hierdoor komt er een druppel aan de naald en weet u dat de naald goed is.
  8. Pak een huidplooi, wanneer u een korte naald gebruikt van 4,5 of 6 mm. Bij gebruik van een langere pennaald is het pakken van een huidplooi niet nodig.
  9. Houdt de pen rechtop en injecteer uzelf.
  10. Dien de dosis insuline toe en controleer of u de volledige dosis heeft toegediend, de pen geef een 0 aan.
  11. Houdt de naald in uw huid voor ten minste 10 seconden, vanaf dat de volledige dosis geïnjecteerd is.
  12. Haal de naald uit uw lichaam
  13. Laat uw huidplooi los
  14. Ruim de gebruikte naald veilig op in een hiervoor bestemde naaldencontainer.